Karel Noy fotografeert de Jufferswaard

Het is wetenschappelijk bewezen: een mens wordt gelukkiger van de natuur. Wat een geluk dat Renkum zo rijk is aan natuurgebieden! De zomer is de tijd om te genieten van al dat fraais vlak onder je neus.
GroenLinks vindt het belangrijk om onze unieke omgeving te koesteren en beschermen. Er zijn heel veel mensen die net als GroenLinks dol zijn op de natuur. Daarom nemen verschillende inwoners van de gemeente Renkum je mee naar de plek waar zij gelukkig van worden. Dit is de eerste reportage van een reeks. Want wat is het hier mooi!

 

Zodra Karel Noy een voet in zijn geliefde Jufferswaard zet, is hij de rust zelve. Met een soepele pas neemt hij de smalle kleipaadjes door de Uiterwaard, die zich langs de Rijn uitstrekt van papierfabriek Parenco in Renkum tot aan Wolfheze. De half ingestorte resten van de oude steenfabriek steken fotogeniek boven de knotwilgen uit. Tussen zomer- en winterdijk zijn verschillende plassen en beken, waar planten en dieren zich thuis voelen. ‘Hier ben ik ver weg van alle stress’, zegt hij.

Lente
Karel Noy wandelt hier al acht jaar rond met een camera in de aanslag. Eigenlijk sinds hij gestopt is met werken als vrachtwagenchauffeur. In die tijd heeft hij het gebied steeds mooier zien worden. Het wordt goed beschermd, er zijn vleermuizen in de steenfabriek komen wonen en er lopen paarden rond. Sinds een paar jaar huizen er ook bevers. Beesten van bijna een meter lang, vertelt hij. Hij spotte vossen, kluten, bevers, ijsvogeltjes, lepelaars zelfs, allerlei vlinders en talloze andere soorten. ‘In de lente is het hier het mooist’, zegt hij, terwijl hij een gedrongen boompje passeert. ‘Deze bomen staan dan volop in de witte, geurende bloesem. Dan ruikt het hier zo heerlijk!’ Hij passeert wandelaars en dagjesmensen die van de overvloedige zon genieten, maakt een praatje met ze. Tegen een jongen met getatoeëerd bovenlijf en een brandende sigaret vlak boven het dorre gras zegt hij: ‘Pas je wel een beetje op? Dat je niet verbrandt?’

Opruimen
Hij houdt de boel hier een beetje in de gaten. Regelmatig gaat hij met een stel vrijwilligers het gebied in om het schoon te maken. De vrachtwagens van Parenco moeten bij de fabriek zorgvuldig worden geleegd, anders waaien snippers papier het natuurgebied in. Hij belt persoonlijk met de fabriek als hij iets mis ziet gaan. Bezoekers laten bierblikjes, verkoolde houtvuurtjes en ander ongerief achter. ‘Het ziet er vandaag heel schoon uit’, zegt Noy verbaasd. ‘Het opruimen lijkt wel effect te hebben.’

Facebook
Hij post zijn foto’s op zijn eigen Facebookpagina. Daar deelt hij ook waarschuwingen tegen zwemmen in de vaargeul van de Rijn en achter schepen. Hij heeft ooit een overleden jongen uit het water (niet de Rijn) moeten halen, en dat is hem bijgebleven. ‘Levensgevaarlijk is het. Bovendien krijg je 140 euro boete.’ Ook nu houdt hij ogen en oren open. Verblijfplaatsen van bijzondere dieren deelt hij niet meer op Facebook, want mensen wandelen in hun enthousiasme wel eens over een beverburcht heen, of gooien steentjes naar een uil.

Uren wachten
De wandeling gaat langs een oud bruggetje van de steenfabriek, waar koeien omheen lopen, via doorkijkjes op de Rijn, naar binnenmeertjes vol geritsel en vogelgeluiden. Foto’s maakt Noy vanmiddag nauwelijks, want daarvoor is ochtend- of avondlicht het meest geschikt. Hij maakte prachtige plaatjes van een zwarte zwaan die hij Zorro doopte en wachtte uren tot een libelle voor zijn neus ging zitten. ‘En als de foto dan niet goed is, ga ik gerust nog een paar uur zitten wachten.’ Hij nadert een van de plassen in het gebied, waar kluten nestelen, grote rietsigaren wuiven en de begroeiing steeds een ander stukje van het uitzicht prijsgeeft. Noy spreidt zijn armen: ‘Kijk, dít is het. Dit is mijn Jufferswaard. Kijk nou toch eens!’

Meer foto's
Bekijk enkele foto's van Karel Noy hieronder. Meer foto’s zijn te vinden (en te posten) op de openbare Facebookgroep Karel Noy Jufferswaard. Hij exposeert deze zomer (tot 29 augustus 2018) in Informatiecentrum Renkums Beekdal. Daar is ook een opgezette bever te zien, die werd aangereden op de N225 langs de Jufferswaard.